SBB roept gemeente op: kies nu voor nieuwbouw van de school in Buurse
De toekomst van de basisschool in Buurse is belangrijk voor de leefbaarheid van ons dorp. Stichting Belangengemeenschap Buurse (SBB) roept...

Interview met Buursenaar Remon Westendorp in de Tubantia:
Hij is een jongen van het platteland. Hij houdt van de tentfeesten, de gemoedelijkheid en van z’n hechte boerenvriendenclub. Alleen… Rémon is gay en dat maakt hem soms best eenzaam. „Een droomman kom je hier niet zo snel tegen.”
Een landweggetje aan de rand van Buurse. Op de achtergrond klinkt het geloei van tevreden koeien. Daar staat deboerderij waar Rémon Westendorp (25) is opgegroeid. „Kom maar door het hekje hoor”, roept hij vanuit de tuin. Hier komt iedereen achterom. De boerderij is nog van z’n grootouders geweest. Rémon Westendorp is gehecht aan de omgeving. Dit is zijn thuis. Hier kan hij gewoon zijn. Gewoon gay. En tegelijk is het soms heel eenzaam.
„Vrienden van mij hebben hun vriendin ontmoet op een feest, maar als ik uitga in de buurt dan weet ik gewoon: hier lopen geen homo’s rond. Ik wil ook graag iemand vinden, die helemaal bij mij past. Maar de kans dat ik mijn grote liefde tegenkom is gewoon veel minder groot. In Buurse is bijna iedereen hetero.”
Dus zoekt hij het af en toe op. De Pride in Amsterdam staat alweer in zijn agenda. „Gelijkgestemden zomaar tegenkomen is iets wat ik erg miste. Maar in steden zie je vaak een uiterste. Als je naar de Pride gaat, is het allemaal heel uitgesproken. Glitter, glamour en dragqueens. Ik ga er graag naartoe, maar ben altijd weer blij als ik naar huis ga. Ik houd van de middenweg.”

Precies dat bracht hem op het idee om lhbti-mensen in dorpen als Buurse zichtbaar te maken. Hij deed onderzoek en sprak tientallen gays die opgroeiden in een kleine gemeenschap. Die, net als Rémon zelf, afwijken van de norm. Deze week studeerde hij af aan ArtEZ Academie voor Art & Design in Zwolle. Met zijn project hoopt Rémon dorpsjeugd die worstelt met uit de kast komen, te laten zien dat ze niet alleen zijn.
„Mensen denken bij homo’s vaak meteen aan verwijfd zijn of extravagant. Ik wil laten zien dat je ook gewoon in een dorp kunt wonen als homo. Met heterovrienden, een jongensvriendenclub, tentfeesten en carnaval. Je hoeft niet naar Amsterdam te verhuizen om jezelf te kunnen zijn.” Rémon bedacht de campagne ‘Deel van mij’ over lhbti-mensen in kleinere dorpen. Achter de hokjes zonder foto is het verhaal te lezen van iemand die liever anoniem blijft. Rémons werk is nu te zien bij ArtEZ in Zwolle. Hij hoopt dat het ook gemeenschapshuis De Trefkoel in Buurse haalt.
„Zeker. Al vind ik het soms nog steeds ongemakkelijk. Onbewust zit toch in mijn hoofd: straks denken ze dat ik iets van ze wil. Terwijl dat natuurlijk helemaal niet waar is. En de jongens zijn best gek met mij.” Rémon was 17 toen hij uit de kast kwam. „Vanaf mijn 15de heb ik het een beetje verstopt. Niet omdat ik niet gay wilde zijn, maar om te bewijzen dat ik net als de rest was. Je gaat naar dorpsfeesten en ziet je vrienden flirten met meisjes. Je wilt bij de groep horen, dus loop je erachteraan. Achter de meiden aan, ja. Gewoon om bij de groep te horen.”
„Op een gegeven moment heb ik een brief geschreven die ik aan mijn moeder wilde geven. Elke avond voordat ik ging slapen, zei ik: ‘Mama, morgenvroeg moet ik je wat vertellen’. En dan deed ik het wéér niet. Ik weet nog precies wanneer ik het haar uiteindelijk vertelde. Ze was zich aan het klaarmaken voor een feestje en ik zei: ‘Mama, ik denk dat ik naast meisjes ook op jongens val’. Het woord homo was nog net iets te eng.”
Kort daarna, zegt Rémon, werd hij stapelverliefd. „Toen kon ik voor de volle 100 procent zeggen dat ik op jongens val. Ik vond het geweldig, was helemaal in dromenland. We hebben vier jaar een relatie gehad. Hij is nu mijn eerste ex.”
„Heel positief, maar eigenlijk wist ze het al. Als kind speelde ik altijd met poppen. Ik weet nog dat ik heel graag een prinsessenjurk wilde en dat we die toen in Haaksbergen hebben gekocht.” Op de basisschool, vertelt hij, mocht iedereen een keer speelgoed meenemen. „Ik wilde mijn Barbie meenemen. Mijn moeder zei toen: ‘Dat moet je vooral doen, maar wees erop voorbereid dat kinderen je kunnen uitlachen.’ Mijn moeder heeft me altijd gestimuleerd om mezelf te zijn.”
„Dat gevoel dat ik werd uitgelachen omdat ik een Barbie bij me had, kan ik me nóg voor de geest halen. Het zorgt dat je je anders voelt. Dat draag je met je mee. Maar ik kijk er ook mooi op terug. Ik ben altijd mezelf gebleven en dat doe ik nog steeds. Met mijn afstudeerproject wil ik andere mensen laten zien dat het niet altijd zo hoeft te gaan zoals het zogenaamde heurt.”
„Ik vind het heel belangrijk voor de toekomstige generaties. Dat kinderen die nu nog klein zijn later van hun ouders horen: ‘Rémon was ook homo en hij deed ook gewoon mee met de carnavalsvereniging.’” Een paar jaar heeft hij daar meegedaan als dansjonker tussen de dansmarietjes.
„Ik was de enige jongen ooit die meedeed. Ik wilde het al heel lang, vind dansen geweldig en dacht: ‘Ik heb er gewoon schijt aan, ik ga het doen.’” Iemand zei hem naderhand: „Heel veel jongetjes zien jou dansen en denken: ‘wauw, dat wil ik ook’.” Zijn moeder hoorde van iemand dat ze het eerst heel raar vond dat er een jongen meedeed. Mensen hebben snel hun vooroordelen. Maar uiteindelijk vond iedereen het supergaaf dat een jongen dit gewoon durft te doen.
„Ik ben iemand die zijn eigen geluk zoekt. Als ik niet mezelf ben, word ik ongelukkig en dat kan ik niet verdragen. Hoewel het naar is als mensen je uitlachen om wie je bent, ben ik altijd dicht bij mezelf gebleven. Altijd op zoek naar de weg die mij gelukkig maakt.” Nu nog een relatie. „Misschien moeten we een vervolg aan mijn project geven. Speeddates organiseren! Gay-jongens die in dorpen wonen, waar zijn jullie allemaal?”